Files
triqura-ecd/docs/datamodel/onderzoek/onderzoek-standaarden.md
colinislit 2a1278936b docs(datamodel): FCO-IM feitenronde instroom, besluitenlog + herstructurering
Voegt de discovery- en besluitvormingsronde van 18-19 juli toe (besluitenlog,
begrippenlijst, feitenmodel-instroom met scenariotoetsen, terminologie- en
leveranciersonderzoek) en synchroniseert feitenmodel-instroom.md met de
screening=acceptatie-beslissing (§5). Herstructureert docs/datamodel/ naar
submappen per documentsoort (besluiten/sessielogs/feitenmodellen/deelmodellen/
onderzoek/entiteitenkaarten) zodat toekomstige besluitenlogs en feitenrondes
per deelgebied een vaste plek krijgen.
2026-07-19 11:07:21 +02:00

36 KiB
Raw Permalink Blame History

Onderzoek NL-zorgstandaarden als checklist voor het ECD-datamodel

Status: onderzoeksrapport (agent "standaarden") Datum: 18 juli 2026 Kader: conform discovery §4 — standaarden zijn koppelvlak- en uitwisselingszaken, geen datamodel-regels. Doel per standaard: welke velden/structuren moet ons eigen model minimaal kunnen uitdrukken om later goedkoop te koppelen. Geen enkele standaard wordt als model overgenomen.


1. Leeswijzer en conclusie vooraf

Per standaard beantwoordt dit rapport drie vragen: (a) wat is het en wie beheert het, (b) welke structuren/velden zijn relevant voor ons domein, (c) wat betekent dat concreet als checklist voor het eigen model. Hoofdconclusies:

  1. zibs zijn de goedkoopste checklist voor klinische entiteiten — maar let op: de zib-wereld is in beweging (publicatie 2024 verving o.a. de zib Probleem door Diagnose/Symptoom/AandoeningOfGesteldheid), terwijl de FHIR-implementatiewereld (nl-core) nog op zib-release 2020 zit. Semantisch aansluiten bij zibs ≈ automatisch goedkoop richting FHIR.
  2. Er bestaat géén zib "Verwijzing". Verwijzing is in NL geregeld via NZa-regels + veldafspraken (verwijstypen 0107) en de NHG-richtlijn informatie-uitwisseling huisarts-ggz. Onze VERWIJZER/AANMELDING-entiteiten moeten die administratieve werkelijkheid kunnen uitdrukken, niet een zib.
  3. Het Zorgprestatiemodel stelt de hardste eisen aan wat het model straks moet kunnen: zorgtrajectnummer, prestatiecode-bepalende velden per consult (beroep, type, duur, setting), verwijstype, zorglabels en zorgvraagtypering (HoNOS+). Dit valideert het besluit ZORGEPISODE als eigen entiteit (§5.1 #9) — mits de episode later een ZPM-zorgtraject kan dragen.
  4. DSM-5-TR → ICD-10: de officiële afleiding bestaat als beheerde codelijst (WHO-FIC Collaborating Centre NL / RIVM). Het discovery-besluit "DSM als bronregistratie, ICD-10 afgeleid via mappingtabel" (§5.4 #1) is exact hoe de keten het bedoeld heeft. Twee risico's: licentie (DSM is auteursrechtelijk van APA/Boom) en versiegeldigheid van de codelijst.
  5. Koppeltaal 2.0 raakt het ECD-model nauwelijks in de kern — het is een FHIR R4-berichtendomein voor eHealth-taken. Vereist wel: stabiele ID's voor cliënt/behandelaar en het kunnen uitdrukken van "toegewezen eHealth-activiteit" (raakt de behandelplan-interventies).
  6. iWmo/iJw (gemeente-gefinancierde zorg, o.a. jeugd-GGZ) valideert het besluit "wettelijk kader hoort bij de aanmelding" (§5.0 #4): per kader gelden totaal andere administratieve objecten (beschikking/toewijzing/305-307-berichten i.p.v. verwijsbrief/zorgtraject).

2. Zibs / Nictiz

2.1 Wat en wie

Zorginformatiebouwstenen (zibs) zijn semantische definities van klinische begrippen (datamodel + waardelijsten + terminologiebindingen), beheerd door Nictiz. Vastgesteld als nationale standaard (Informatieberaad Zorg, 2018). Publicaties per jaar; de actuele grote release is zib-publicatie 2024; de meeste implementaties (FHIR nl-core, MedMij) zijn nog gebaseerd op release 2020 (en Basisgegevens GGZ zelfs op 2017). Bronnen: Nictiz — wat is een zib · zibs.nl publicatie 2024 · Registratie aan de bron

Belangrijke wijziging in publicatie 2024 (bron): de zib Probleem is vervallen en vervangen door drie nieuwe zibs: AandoeningOfGesteldheid v1.1, Diagnose v2.0 en Symptoom v2.0. Ook AllergieIntolerantie en MedicatieContraIndicatie zijn vervangen. Relevante versies 2024: Patient v4.3, Contactpersoon v5.0, Behandeldoel v4.0, BehandelAanwijzing2 v2.1, TekstUitslag v4.4, Zorgverlener v4.0.1, Zorgaanbieder v3.6, Contact v7.0.

2.2 Relevante zibs per onderwerp (checklist)

zib Patient v4.3 (zibs.nl) — kernelementen: Identificatienummer 0..* (BSN via OID 2.16.840.1.113883.2.4.6.3), Naamgegevens 1 (achternaam, voorvoegsels, voornamen, initialen, roepnaam), Adresgegevens 0..*, Contactgegevens 0..1 (telefoon/e-mail), Geboortedatum 1, Geslacht 1 (codelijst), Genderidentiteit 0..1 (nieuw t.o.v. oudere versies), MeerlingIndicator, OverlijdensIndicator + DatumOverlijden. → Checklist PERSOON: BSN als herhaalbaar identificatienummer-patroon (wij: één BSN, versleuteld — voldoende), gestructureerde naam (niet één naamveld!), meerdere adressen mogelijk, geslacht als code uit waardelijst, overlijden als expliciet feit. Genderidentiteit apart van geslacht is voor GGZ relevant — overwegen als optioneel veld.

zib Contactpersoon v5.0 (2024-publicatie; v4.1-pagina: zibs.nl) — kern: naam/adres/contactgegevens + twee gescheiden assen: Relatie (echtgenoot, ouder, kind, …) en Rol (eerste contactpersoon, wettelijk vertegenwoordiger, mantelzorger, …), beide uit waardelijsten. → Checklist: het discovery-besluit PERSOON/rollen (§5.1 #1) past hier perfect: contactpersoon wordt straks een rol op PERSOON met twee attributen (relatie + rol) uit waardelijsten — niet één "type"-veld. Wettelijk vertegenwoordiger is in de GGZ (Wvggz, WGBO, jeugd) een must-have rolwaarde.

Verwijzing — géén zib. In geen enkele zib-publicatie bestaat een bouwsteen "Verwijzing". De inhoudseisen aan een verwijzing komen uit de NHG-richtlijn Informatie-uitwisseling huisarts-ggz en de verwijsafspraken ggz (veldafspraak zorgprestatiemodel): AGB-code verwijzer, (vermoeden van) DSM-benoemde psychische stoornis, echelon (basis-ggz vs gespecialiseerde ggz), en of het een heraanmelding betreft; geldigheid 9 maanden (275 dagen) tot aanmelddatum bij de GGZ-aanbieder. Bij onvolledige verwijzing: inspanningsverplichting om info op te halen, aantoonbaar in dossier, behandeling mag wel starten. Bronnen: LVVP — eisen verwijsbrief · Verwijsafspraken GGZ (zorgprestatiemodel, nov 2021) · Zilveren Kruis — verwijzing naar GGZChecklist AANMELDING/VERWIJZER: verwijsdatum én aanmelddatum apart (geldigheidstoets), AGB verwijzer + AGB praktijk (besluit §5.1 #3 klopt), echelon-indicatie, heraanmelding-vlag, vermoeden-DSM-stoornis (vrije tekst of code), en het ZPM-verwijstype (zie §6.3) als af te leiden/registreerbaar gegeven.

Probleem → Diagnose v2.0 (2024) (zibs.nl) — kern: DiagnoseNaam 1..* (codelijst: SNOMED CT, ICD-10-nl, DHD-thesaurus, ICF, ICPC-1, DSM-IV/DSM-5 worden expliciet genoemd als toegestane codesystemen), DiagnoseStatus 1 (codelijst), DiagnoseDatum 1, DiagnoseSteller 1 (verwijzing Zorgverlener), WijzeVanVaststellen 1, Toelichting 0..1, Aanleiding 0..*, AandoeningOfGesteldheid 0..1 (verwijzing). De oude zib Probleem (2020, gebruikt in Basisgegevens GGZ) kende daarnaast ProbleemType, ProbleemStatus (actueel/niet-actueel) en verificatiestatus-achtige noties die in FHIR als clinicalStatus/verificationStatus terugkomen. → Checklist DIAGNOSE: code + codesysteem + weergavenaam als drieluik (nooit alleen een code-string), datum gesteld, steller, status als aparte as, toelichting. Het discovery-model (§5.4: verificatiestatus + klinische status als twee assen) is uitdrukbaar in zowel zib 2020 (Probleem) als FHIR Condition — houden zo. DSM-5 is een erkend codesysteem binnen de zib — DSM-bronregistratie botst dus niet met de standaardenwereld.

zib Behandeldoel v4.0 (zibs.nl) — kern: GewenstZorgresultaat (tekstuele weergave van het doel), GewensteGezondheidstoestand 0..1 (verwijzing FunctioneleOfMentaleStatus), en een RedenBehandeling-container die verwijst naar Diagnose / Symptoom / VerpleegkundigeDiagnose / OvergevoeligheidIntolerantie. Oudere versie (2020, in FHIR nl-core) kent ook streefdatum en evaluatie-relatie. → Checklist BEHANDELDOEL: doel als tekst + expliciete relatie doel → diagnose/probleem (discovery-feitzin §5.5 #3 "adresseert diagnose F32.1" — dit moet een echte FK-relatie worden, geen tekst), streefdatum/termijn, en evalueerbaarheid. Onze extra's (cliëntversie B1, prioriteit, leefgebied) zijn eigen verrijkingen bovenop het zib-minimum — prima, exporteerbaar als extensie.

zib BehandelAanwijzing2 v2.1 (zibs.nl) — kern: Behandeling (codelijst: reanimatie, beademing, opname, …), BehandelBesluit (wel uitvoeren / niet uitvoeren / anders + SpecificatieAnders), MeestRecenteBespreekdatum, DatumBeeindigd + RedenBeeindigd, AfspraakPartij (patiënt / vertegenwoordiger / zorgverlener). Hangt samen met zib Wilsverklaring. → Checklist: behandelaanwijzingen/wilsverklaringen zitten nog niet in discovery-ronde 1 — voor een GGZ-ECD (crisis, Wvggz-context) op de roadmap zetten. Minimum om te kunnen uitdrukken: welke behandeling, wel/niet-besluit, met wie afgesproken, laatst besproken, beëindigd + reden. Let op patroon: "anders"-optie met specificatieveld i.p.v. dichte enum — nuttig ontwerppatroon voor onze waardelijsten.

zib TekstUitslag v4.4 (zibs.nl) — kern: TekstResultaat 1 (het verslag), TekstUitslagType 1 (code), TekstUitslagDatumTijd 0..1, TekstUitslagStatus 0..1 (pending/preliminary/final/corrected), Verrichting 0..1, VisueelResultaat 0..*. → Checklist VERSLAG/RAPPORTAGE (latere ronde): elk verslag heeft type (code), datum, status met minimaal concept/definitief/gecorrigeerd, en gestructureerde koppeling aan de aanleiding. Sluit naadloos aan op discovery-spelregel 3.1 #2 (provenance) en de AI-voorbereiding (tekst + structuur in één record).

GGZ-specifiek relevant, buiten de gevraagde lijst: de Basisgegevens GGZ (MedMij/PGO-informatiestandaard, functioneel ontwerp, inhoud) is een selectie van ~24 zibs (release 2017) die de sector zelf als kern voor GGZ-uitwisseling heeft aangemerkt: Patient, Burgerlijke Staat, Betaler, BehandelAanwijzing, Wilsverklaring, JuridischeStatus (Wvggz!), Contactpersoon, FunctioneleOfMentaleStatus, Probleem, Drugsgebruik, Alcoholgebruik, Tabakgebruik, Woonsituatie, Gezinssituatie(Kind), Taalvaardigheid, ParticipatieInMaatschappij, HulpVanAnderen, LaboratoriumUitslag, AlgemeneMeting, Verrichting, TekstUitslag, Zorgverlener, Zorgaanbieder. Dit is de facto de checklist "wat verwacht een PGO/keten van een GGZ-dossier". → Voor ons model: JuridischeStatus (rechterlijke machtiging/Wvggz-maatregel) en de leefstijl-/sociale-context-zibs zijn kandidaten voor latere rondes; nu alleen borgen dat het model ze als aparte entiteiten kán toevoegen (episodisch, met begin/eind en bron).


3. FHIR NL: zib-profielen en nl-core (R4)

Wat en wie: Nictiz publiceert twee R4-packagelijnen op basis van zib-release 2020, gevet door HL7 Nederland (GitHub Nictiz-R4-zib2020):

  • nictiz.fhir.nl.r4.zib2020 — 1-op-1 representatie van de zibs, abstract, niet voor implementatie (Simplifier).
  • nictiz.fhir.nl.r4.nl-core — de implementatieprofielen (afgeleid van de zib-profielen, verrijkt met o.a. expliciete Patient-referenties), dit is wat je in een adapter gebruikt (Simplifier · voorbeeld nl-core-Patient).

Relevante mapping onderwerpen → FHIR-resources: Patient→Patient (nl-core-Patient), Contactpersoon→Patient.contact/RelatedPerson, Probleem/Diagnose→Condition (met clinicalStatus + verificationStatus — exact onze twee status-assen), Behandeldoel→Goal, BehandelAanwijzing→Consent/ACP-profielen, TekstUitslag→DiagnosticReport/DocumentReference, Verwijzing→ServiceRequest (geen zib, wel een FHIR-resource), Zorgepisode→EpisodeOfCare, Behandelplan→CarePlan.

Checklist (adapter-goedkoopte, geen modeleis):

  • Overal stabiele UUID's (spelregel 3.1 #5) — FHIR-resources hebben een logical id nodig; onze UUID's kunnen 1-op-1 mee.
  • Codes altijd als (code, systeem, display) opslaan, nooit alleen een label — FHIR CodeableConcept is dan een triviale projectie. Dit is dezelfde les als spelregel 3.1 #1 (waardelijsten als data): geef elke waardelijstrij optioneel een externe code + codesysteem-URI kolom.
  • Status-assen gescheiden houden (klinisch vs verificatie op diagnose; plan-status vs cliëntakkoord op behandelplan — FHIR CarePlan kent status en separaat Consent).
  • Versies: nl-core R4 is formeel nog beta (0.x); niets in beton gieten, alleen semantisch niet nodeloos afdrijven (discovery §4, aandachtspunt).

4. Koppeltaal 2.0 (GGZ-specifiek)

Wat en wie: Koppeltaal is de GGZ-standaard + infrastructuur (beheer: VZVZ, eigenaar: Stichting Koppeltaal) om EPD/ECD, ROM-vragenlijsten en eHealth-modules binnen een "domein" van een zorgaanbieder te verbinden. Koppeltaal 2.0 is FHIR R4-gebaseerd; profielen staan op Simplifier (project koppeltaalv2.0), documentatie in de Koppeltaal 2.0 Dev Guide en op koppeltaal.nl.

Kernresources/-profielen (KT2-profielen, o.a. KT2Patient, KT2Practitioner, KT2CareTeam, KT2Task, KT2ActivityDefinition, Endpoint, Device, Subscription; de server dwingt profielconformiteit af, bijv. op KT2Task):

  • ActivityDefinition — een aanbieder publiceert een eHealth-activiteit (module, vragenlijst, game) domeinbreed.
  • Task — toewijzing van zo'n activiteit aan een specifieke cliënt, altijd gebaseerd op een ActivityDefinition; aangemaakt vanuit het behandelaarportaal/ECD. Status-lifecycle: completed|cancelled|failed|rejected; resources worden niet verwijderd maar end-of-life gemarkeerd (ActivityDefinition retired) — zelfde filosofie als onze soft delete (resources managen).
  • Patient/Practitioner/RelatedPerson/CareTeam — identiteiten binnen het domein; Endpoint/Device — aangesloten applicaties; Subscription — notificaties bij wijzigingen; launch via HTI (Health Tools Interoperability, JWT-gebaseerd).

Checklist ECD-model:

  1. CLIENT en BEHANDELAAR moeten met stabiele ID's naar buiten te refereren zijn (hebben we: UUID's) en Koppeltaal-traceerbaarheid vergt geen extra ECD-velden.
  2. Het behandelplan-deel "interventies" (discovery §5.5) moet een interventie kunnen typeren als eHealth-activiteit met externe referentie (welke module, bij welke aanbieder, welke taak-status). Minimaal: een optioneel extern-referentieveld (systeem + id) op interventie/activiteit — dan is een Koppeltaal-adapter later een dunne laag.
  3. Taak-/opdrachtstatus (toegewezen → gestart → afgerond/geannuleerd) is proces-state: kandidaat-TIP-terrein (grensvlak §3.3), niet per se ECD. De klinische uitkomst (bijv. ROM-uitslag) is wél ECD.

5. DSM-5-TR → ICD-10-mapping

Hoe de officiële mapping werkt en wie hem beheert:

  • De DSM-5-TR zelf is van de American Psychiatric Association; de Nederlandse vertaling/uitgave ligt bij Boom uitgevers (boom.nl). Auteursrecht en licenties lopen via APA/Boom — de Nederlandse Staat had voor keten-gebruik een licentie (whofic.nl).
  • Het WHO-FIC Collaborating Centre Nederland (ondergebracht bij RIVM) beheert en publiceert de "Codelijst DSM-5(-TR) met ICD-10 afleidingen": per DSM-classificatie de afgeleide ICD-10-code(s) (whofic.nl — DSM-5/ICD-10 · codelijst-document). De DSM-5-TR gebruikt in de VS ICD-10-CM-codes; de NL-codelijst leidt af naar ICD-10 zoals in NL gebruikt. De lijst is versioneerd met ingangs- en einddatum (bijv. publicatie 15-12-2023, geldig per 1-1-2024; die versie is niet meer geldig vanaf 1-1-2026 — er verschijnen dus periodiek opvolgers).
  • Gebruiksbeperking: de codelijst mag uitsluitend worden gebruikt in "declaratie-, registratie- en informatiesystemen van de ggz en fz" ten behoeve van NZa-regelgeving; ander gebruik vereist afstemming met Boom (whofic.nl).
  • Voor de relatie met NZa-diagnosehoofdgroepen bestaat aanvullend een afleiding DSM-hoofdgroep/ICD-10 → NZa-diagnosehoofdgroep (beta.nl/ggzdiagnosen).

Registratieplicht in beweging (20242028): de NZa-verplichting om DSM-gegevens op de factuur te zetten kreeg per 1-1-2025 een juridisch probleem (grondslag); sindsdien geldt: aanlevering DSM-hoofdgroep aan verzekeraars alleen met getekende toestemmingsverklaring (opt-in) van de patiënt, en VWS heeft per aparte ministeriële regeling (Stcrt. 2025-11955) de registratie-/aanleverplicht van DSM-hoofdgroep of basis-ggz-profiel op de factuur richting 2027/2028 geborgd. In het risicoverevenings-/bekostigingsdenken vervangt zorgvraagtypering op termijn de DSM-rol (zorgprestatiemodel.nl — opt-in · zorgictzorgen.nl).

Checklist DIAGNOSE (bevestigt discovery-besluit §5.4 #1, met verscherping):

  1. Bronregistratie in DSM-5-TR-termen; ICD-10 afgeleid via de WHO-FIC-codelijst — als geïmporteerde, versioneerde referentietabel (kolommen minimaal: DSM-code, DSM-omschrijving, afgeleide ICD-10-code(s), ingangsdatum, einddatum, lijstversie). Nooit hardcoden.
  2. Op het diagnoserecord vastleggen met welke lijstversie de afleiding is gedaan (reproduceerbaarheid bij herdeclaratie/controle).
  3. Eén DSM-code kan naar meerdere ICD-10-codes leiden (en vice versa) — de mappingrelatie is m:n; het model moet dat aankunnen (aparte mappingtabel, geen kolom "icd10_code" met uniciteitsaanname).
  4. DSM-hoofdgroep als afleidbaar gegeven (voor factuur/verzekeraar) + een plek voor de opt-in-toestemmingsverklaring van de cliënt (raakt privacy/toestemmings-entiteit — latere ronde, wel als open punt noteren).
  5. Open punt licentie (nieuw, geen teruggedraaid besluit): commercieel gebruik van DSM-omschrijvingen in een ECD-product vereist vermoedelijk een licentie bij Boom/APA; de WHO-FIC-codelijst is alleen vrij voor NZa-doeleinden. Uitzoeken vóór de bouw van de diagnosemodule.

6. Zorgprestatiemodel (ZPM)

Wat en wie: bekostigingsmodel ggz/fz sinds 2022 (NZa + veldpartijen; programma zorgprestatiemodel.nl). Regelgeving: jaarlijkse NZa-regeling — voor 2026 is dat NR-REG-2616b met tariefbeschikking TB/REG-26628-05 en "Codetabel prestaties en tarieven v20260401" (NZa — regels 2026 · Registreren en declareren ggz/fz · Veldafspraken 2025).

6.1 Zorgtraject

Het zorgtraject start zodra een patiënt zich met een psychische zorgvraag meldt; de aanbieder kent een zorgtrajectnummer toe en koppelt dat aan alle ggz-prestaties voor die patiënt tot einde behandeling. Bij terugval/recidive binnen een jaar na de laatste prestatie moet hetzelfde zorgtrajectnummer hergebruikt worden (NZa). Prestaties zijn dag-gebonden (losse consulten/verblijfsdagen), niet 365-dagen-trajecten zoals de oude DBC's (Informatiekaart ZPM).

Checklist ZORGEPISODE: de episode moet een zorgtrajectnummer kunnen dragen (uniek per cliënt-aanbieder-zorgvraag), en de "terugval binnen 1 jaar → zelfde nummer"-regel betekent: episode-einde is geen harde afsluiting van het trajectnummer. Modelmatig: zorgtraject (ZPM/declaratie-object) en zorgepisode (klinisch object) zijn verwant maar niet identiek — discovery §5.1 #9 zegt al "sluit straks aan op het ZPM-zorgtraject (declaratie-ronde)"; dit onderzoek bevestigt: maak het t.z.t. een aparte, gekoppelde entiteit, forceer geen 1-op-1.

6.2 Prestatiecodes

De prestatiecode + het tarief van een consult wordt bepaald door vier assen: (1) beroepscategorie van de uitvoerder (NZa-beroepenlijst), (2) type consult (diagnostiek of behandeling), (3) duur (tijdsklassen "vanaf x minuten"; registratie op basis van geplande tijd, "planning = realisatie"-principe), (4) setting (o.a. ambulant kwaliteitsstatuut sectie II/III, outreachend, klinisch — met varianten hoog/laag). Daarnaast bestaan aparte prestaties voor verblijfsdagen, toeslagen (o.a. tolk) e.d. Codetabellen worden door de NZa gepubliceerd (Toelichting tabellen ggz/fz · Codetabel prestaties en tarieven · beroepenlijst-wijzigingen).

Checklist (grotendeels agenda/declaratie-rondes, maar het fundament ligt nu):

  • Elk contactmoment/consult moet kunnen vastleggen: uitvoerder + diens beroep (referentie naar NZa-beroepenlijst als geïmporteerde tabel), type (diagnostiek/behandeling), geplande duur, setting (waardelijst per instelling-locatie). Discovery-contactmomenten (§5.2) hebben al type+uitvoerder; beroep-van-uitvoerder komt via de rollenronde — borgen dat MEDEWERKER straks een beroepscode uit een NZa-lijst kan dragen.
  • Prestatie- en tariefcodetabellen zijn jaarlijks wisselende referentiedata met geldigheidsperioden → zelfde import-patroon als de DSM-codelijst (versie + ingangs-/einddatum). Nooit hardcoden (spelregel 3.1 #1).

6.3 Verwijstypen en zorglabels

De ZPM-veldafspraken definiëren verwijstypen (registratie naast de AGB-code van de verwijzer) (Verwijstypen en zorglabels, jan 2022):

Nr Verwijstype
01 Verwijzing aanwezig (AGB initiële verwijzer)
02 Doorverwijzing (AGB verwijzende regiebehandelaar)
03 Geen verwijzing — uitzondering, verlate correspondentie (huisarts binnen 60 dagen informeren)
04 Geen verwijzing — patiënt staat correspondentie met huisarts niet toe
05 Geen verwijzing (factuur mag niet naar zorgverzekeraar)
06 Geen verwijzing, andere rechtmatigheidsgrond (alleen fz)
07 Verwijzing aanwezig, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijv. buitenlands)

Daarnaast zorglabels op prestaties voor uitzonderingssituaties: publiek (N01N04, NZa-regelgeving: o.a. overgang jeugd-ggz → Zvw, tolk-toeslag), generiek privaat (G01G04, veldafspraken: o.a. uitzonderingen "minimale betrokkenheid regiebehandelaar", Ketenveldnorm levensloopfunctie, acute ggz buiten budget) en specifiek privaat (S01S03, contractueel: o.a. digitale zorg).

Checklist: het discovery-verwijzertype (huisarts/specialist/gemeente/zelfaanmelding/… §5.0 #3) is een ander begrip dan het ZPM-verwijstype (0107, een declaratiestatus van de verwijzing). Beide nodig: ons verwijzertype beschrijft wie verwijst; het ZPM-verwijstype is afleidbaar uit (aanwezigheid verwijzing × AGB × toestemmingsvlaggen) maar moet ook overschrijfbaar geregistreerd kunnen worden. Verwijstype 03/04 tonen bovendien twee feiten die het model moet kennen: "huisarts geïnformeerd op datum X" en "cliënt staat correspondentie met huisarts niet toe" (toestemmingsfeit!). Zorglabels: prestatie-niveau, declaratie-ronde — alleen borgen dat prestaties later 0..n labels uit een NZa-tabel kunnen dragen.

6.4 Zorgvraagtypering (HoNOS+)

Bij de start van een behandeling (en bij herijking) wordt een HoNOS+-vragenlijst afgenomen: 19 items, score 04 (items 112 = klassieke HoNOS, plus 13, AE en Q). De NZa-zorgvraagtyperingstool (een door de NZa gepubliceerd algoritme) adviseert op basis daarvan zorgvraagtypes; de behandelaar kiest uiteindelijk zelf het zorgvraagtype (advies is niet bindend). Het zorgvraagtype staat verplicht op de factuur; sinds 1 juli 2023 worden zorgvraagtyperingsgegevens ook verplicht aan de NZa aangeleverd volgens de "Standaard voor gegevensaanlevering zorgvraagtypering" (na een AP-discussie over de rechtmatigheid, met privacyverklaring-optie voor de patiënt) (Embloom — FAQ HoNOS+ · NZa zorgvraagtyperingstool · algoritmeregister — zorgvraagtypering · NZa Q&A aanlevering · Standaard gegevensaanlevering (PUC_705646_22))

Checklist (nieuwe entiteit voor een latere ronde, hangt aan ZORGEPISODE):

  • Meetinstrument-afname als generiek patroon: instrument (HoNOS+), afnamedatum, afnemer, 19 itemscores (04) als gestructureerde data.
  • Zorgvraagtypering als apart record: geadviseerd(e) type(s) door algoritme (+ tool-/algoritmeversie!), gekozen type door behandelaar, datum, relatie naar de afname. Advies ≠ keuze — twee velden, en dit is een mooi voorbeeld van het provenance-patroon (spelregel 3.1 #2: algoritme-advies = AI/algoritme-herkomst, keuze = mens).
  • Aanlevering NZa + privacyverklaring: raakt dezelfde toestemmings-/opt-outstructuur als §5.4 — één toekomstige toestemmingsentiteit kan beide dragen.

7. iStandaarden: iWmo en iJw (gemeente-gefinancierde zorg)

Wat en wie: de iStandaarden worden beheerd door Zorginstituut Nederland; iWmo (Wmo 2015) en iJw (Jeugdwet) regelen het berichtenverkeer tussen zorgaanbieders en gemeenten. Actuele release: iWmo 3.2 / iJw 3.2 (in productie sinds 3 april 2023, big bang; geen nieuwe major release in 2025) (istandaarden.nl · release iWmo 3.2 · informatiemodel iJw 3.2).

Berichtenstructuur (identiek patroon iWmo/iJw, verschil zit in wet, productcodes en enkele velden; Heldy — iWmo uitgelegd · iJw uitgelegd):

  • 301/302 Toewijzing: gemeente wijst zorg toe (toewijzingsnummer, productcategorie/productcode, volume/frequentie, begindatum, ev. einddatum).
  • 305/306 Start zorg: aanbieder meldt werkelijke startdatum. 307/308 Stop zorg: melding einde + reden.
  • 303/304 Declaratie: periodiek, per toewijzing; regels met productcode, volume, tarief; gemeente keurt per regel goed/af.
  • Daarnaast verzoek om toewijzing (315/316) en regieberichten (analyse regieberichten).
  • Uitvoeringsvarianten: inspanningsgericht (p×q), outputgericht, taakgericht — bepalen welke berichten gebruikt worden (handreiking uitvoeringsvarianten).

Checklist (valideert discovery §5.0 #4: wettelijk kader op de aanmelding):

  1. Bij kader Jeugdwet/Wmo is de "verwijzing" feitelijk een beschikking/toewijzing van de gemeente met eigen sleutelgegevens: gemeente(code), toewijzingsnummer, productcategorie + productcode, toegewezen volume/frequentie, begin-/einddatum. Discovery-besluit §5.1 #7 ("beschikking telt ook als verwijzing", waardelijst verwijsdocument_type) klopt — maar de toewijzing heeft méér structuur dan een document: op termijn een eigen entiteit TOEWIJZING onder de aanmelding/episode bij gemeentelijk kader.
  2. Start-/stopdatum van zorg moeten als harde feiten uit het model af te leiden zijn (305/307 zijn direct te genereren uit episode-start en -einde + reden — beëindigingsredenen-waardelijst van de episode moet t.z.t. mappen op de iStandaarden-redenenlijst).
  3. Productcodes zijn (net als ZPM-tabellen en DSM-codelijst) externe, versioneerde referentiedata per gemeente/regio — zelfde importpatroon.
  4. Woonplaatsbeginsel (jeugd): de verantwoordelijke gemeente is een gegeven aan de aanmelding-/financieringskant, niet aan de persoon.

8. Geconsolideerde checklist per discovery-entiteit

Entiteit (discovery) Moet minimaal kunnen uitdrukken (uit standaarden) Bron
PERSOON gestructureerde naamdelen; meerdere adressen; geslacht (code) + evt. genderidentiteit; overlijden(sdatum); BSN als geïdentificeerd nummer zib Patient
Rol CONTACTPERSOON (later) relatie én rol als twee aparte waardelijsten; wettelijk vertegenwoordiger zib Contactpersoon
VERWIJZER / PRAKTIJK AGB persoonlijk + AGB praktijk (besloten); verwijzertype; "verwijzer zonder AGB" mogelijk ZPM-verwijsafspraken
AANMELDING verwijsdatum ≠ aanmelddatum (275-dagen-toets); echelon; heraanmelding-vlag; ZPM-verwijstype 0107 (afleidbaar/overschrijfbaar); huisarts-geïnformeerd-feit + correspondentie-toestemming; bij Wmo/Jw: toewijzingsgegevens (gemeente, nummer, productcode, volume, periode) ZPM, NHG, iWmo/iJw
ZORGEPISODE koppelbaar aan ZPM-zorgtrajectnummer (hergebruik bij terugval <1 jaar → geen 1-op-1); start/stop + reden (iStd 305/307); draagt zorgvraagtypering NZa-regeling, iStandaarden
DIAGNOSE (code, systeem, display)-drieluik; DSM-bron + versioneerde m:n-mapping naar ICD-10 incl. lijstversie op het record; DSM-hoofdgroep afleidbaar; steller + datum + wijze van vaststellen; twee status-assen zib Diagnose, WHO-FIC-codelijst, NZa
BEHANDELPLAN / DOEL doel-tekst + FK naar diagnose; streefdatum/termijn; planstatus ≠ cliëntakkoord (apart feit); interventie met optionele externe eHealth-referentie (systeem+id) zib Behandeldoel, FHIR CarePlan/Consent, Koppeltaal
CONTACTMOMENT (agenda-ronde) uitvoerder + beroepscode (NZa-lijst); type diagnostiek/behandeling; geplande duur; setting; 0..n zorglabels ZPM-codetabellen
Waardelijsten algemeen elke rij optioneel externe code + codesysteem-URI + geldigheidsperiode; "anders"-optie met specificatieveld waar zinvol zibs/FHIR-patroon
Referentiedata-import (nieuw patroon) één generiek mechanisme voor versioneerde externe tabellen: DSM/ICD-10-codelijst, NZa-prestatie-/beroepen-/zorglabeltabellen, iStd-productcodes, AGB (al geparkeerd) — met versie, ingangs- en einddatum alle

9. Open vragen en risico's (geen teruggedraaide besluiten)

  1. DSM-licentie: gebruik van DSM-5-TR-omschrijvingen in een commercieel ECD vereist vermoedelijk afspraken met Boom/APA; de WHO-FIC-codelijst is alleen vrijgegeven voor NZa-doeleinden. Uitzoeken vóór de diagnosemodule-bouw.
  2. Geldigheid codelijst DSM→ICD-10 in 2026: de versie van 15-12-2023 is per 1-1-2026 vervallen; bevestigen welke opvolgerversie nu geldt (whofic.nl) en dat abonneren op updates onderdeel wordt van het referentiedata-importpatroon.
  3. zib 2020 vs 2024: nl-core (FHIR) volgt zib 2020 (Probleem), de zib-wereld is naar 2024 (Diagnose). Ons model volgt geen van beide letterlijk; bij adapterbouw de dan geldende nl-core-versie kiezen.
  4. Zorgtraject ↔ zorgepisode: hergebruikregel trajectnummer (<1 jaar terugval) botst mogelijk met een strikte episode-afsluiting — ontwerpbeslissing voor de declaratie-ronde, nu alleen niet-1-op-1 aannemen.
  5. Toestemmingen duiken op drie plekken op (DSM-hoofdgroep op factuur/opt-in, huisarts-correspondentie bij verwijstype 04, privacyverklaring zorgvraagtypering): pleit voor één generieke TOESTEMMING-entiteit in een latere ronde.
  6. DSM-registratieplicht is politiek in beweging (grondslag-discussie 2025, zorgvraagtypering als opvolger richting 2028): declaratie-gerelateerde DSM-velden flexibel houden, niets aan de factuurketen hardcoden.

10. Bronnen (hoofdlijst)